">
4 december, 2025
De kleur van mijn heelheid
Als jong kind had ik een diep verlangen naar welkom.
Naar een heldere, onvoorwaardelijke ja op wie ik was.
Naar rust, nabijheid, bevestiging: je mag er zijn, precies zoals je bent.
Maar tegelijk leefde daar ook iets anders in mij. Angst.
De angst dat dat welkom niet echt zou zijn. Dat het elk moment kon verdwijnen. De angst om afgewezen te worden, om te veel te zijn, of juist niet genoeg.
En dus ontstond er een patroon dat ik pas veel later ben gaan begrijpen: ik verlangde naar verbinding, maar durfde me niet echt te laten zien. Ik verlangde naar erkenning, maar geloofde dat ik er iets voor moest doen. Presteren, zorgen, aanpassen, sterk zijn, een bewijsdrang die fluisterde:
kijk hoe goed ik ben… houd daarom van mij.
Toch deed ik nooit helemaal mee.
Ik hield iets achter, zodat ik niet alles kon verliezen.
En zo bleef ik gevangen: verlangend naar welkom,
maar bang om het echt te ontvangen.
Zelfs wanneer welkom wél dichtbij kwam,
wanneer iemand me zag, me raakte, me toeliet, wilde iets in mij altijd méér. Alsof het nooit genoeg kon zijn. Alsof ik steeds opnieuw moest bewijzen dat ik erbij hoorde.
Tot ik begon te zien dat niet alleen mijn angst me klein hield,
maar ook mijn houvast aan dat diepe verlangen.
Hoe mooi en menselijk het ook is, het werd een kooi.
Want zolang ik dacht dat ik dát nodig had om vrij te zijn,
bleef ik zoeken, wachten, hunkeren.
Langzaam ben ik iets anders gaan oefenen: niet verdwijnen in het verlangen, maar het zacht vasthouden. Niet als iets wat opgelost moet worden, maar als iets wat gehoord wil worden. En soms ook losgelaten,
niet uit opgave, maar uit ruimte.
En in dat oefenen begon ik iets te herkennen.
Een kleur in mij, die al die tijd al bestond:
De kleur van mijn heelheid
is mooi en krachtig,
stevig en zacht.
Een storm die me meeneemt
en een bries die me troost.
Pijn voelen zonder te verdwijnen,
vertrekken en weer thuiskomen.
Een afwijzing én een welkom.
Een verlangen dat blijft.
Verlangen loslaten betekent niet dat ik verraad wat ik als kind nodig had. Het betekent dat ik volwassen word in mijn eigen binnenwereld.
Dat ik ontdek dat de ja waar ik altijd naar zocht, nu door mij gegeven kan worden. Niet als trucje, maar als een doorleefde keuze.
Ik oefen mezelf steeds vaker zacht welkom te heten.
Niet omdat ik perfect ben.
Niet omdat ik iets verdien.
Maar omdat ik besta.
Omdat ik adem.
Omdat ik het waard ben, zonder bewijs.
En soms voel ik het ineens helder:
dat ik niets meer hoef te verdienen.
Dat het welkom dat ik zocht,
al in mijn eigen ogen ligt.
In de manier waarop ik tegen mezelf praat.
In het stoppen met vechten, zoeken, presteren.
Dan opent zich iets.
Klein, echt en rustig.
Dan ben ik vrij.
En herken ik mijn kleur van heelheid.